zaterdag 7 december 2019

Een kwart van de Nederlandse tieners redt het niet!

Een kwart van de Nederlandse tieners redt het niet!

Niet in hun functioneren op school;
Niet in hun taalvaardigheid;
Niet als student;
Niet als werkende;
Niet als onafhankelijke Nederlander;
Niet qua gezondheid.

In de Volkskrant van vandaag lees ik het alarmerende bericht van Frank Kalshoven, dat onze jeugd in de afgelopen 15 jaar enorm achteruit gekacheld is in hun taalvaardigheid. En dat heeft grote zo niet desastreuze gevolgen voor hun toekomst. 

Dat is de onrustbarende uitkomst van het internationale onderzoek wat om de paar jaar wordt uitgevoerd door de Oeso. Dit onderzoek is gericht op de vaardigheden van 15-jarigen. Was de uitkomst in 2003 dat één op de tien 15-jarigen laag geletterd was. In 2018 is dat schrikbarend toegenomen naar één op de vier!

Wat hiervan de oorzaak is, wordt jammer genoeg niet duidelijk gemaakt door Frank. Welke akties er genomen worden of moeten worden, blijft eveneens onduidelijk.  Ook minister Slob weet er weinig zinnigs over te melden: ‘Het streven is om toe te werken naar een krachtiger en meer samenhangend beleid op het terrein van leesbevordering.’

Is hier sprake van hoog geletterdheid edoch lage krachtdadigheid? 


Utrecht, 7 december 2019 
ARK

woensdag 6 november 2019

De stenen uit mijn jeugd

De stenen uit mijn jeugd

'Au!’ Met een ruk wordt mijn hoofd aan mijn paardenstaart omhoog getrokken. Geschrokken en verwonderd kijk ik naar degene die zo hardhandig mijn aandacht opeist. 

Ik ben een meisje van 8 jaar oud, zit in klas 3, ben net verhuisd van West naar Oost en dit is mijn eerste week op mijn nieuwe school. Nou ja, de school waar ik de eerste twee jaar van mijn lagere schooltijd op zat, die was nieuw. Die rook helemaal naar nieuw hout en verf. De gang was in mooie kleuren geverfd en we hadden spiksplinter nieuwe stoelen en banken. Nu zitten we in een houten noodgebouw. Hier is de geur totaal anders, hier ruikt het naar oud en vochtig hout, een beetje muffig. De vloer is van houten latjes en we zitten op heel oude houten bankjes waar de lessenaars aan vast zitten. 

Juffrouw Maaien, wiens hand mij zo bruusk dwong op te kijken, kijkt mij streng aan. 
‘Ik dacht dat jij rechts zou schrijven!’ Even had ik de hoop dat ik er hier mee weg zou komen, gewoon links zou mogen schrijven. Zoveel aangenamer, zoveel makkelijker, maar nee, ook hier was links schrijven ten strengste verboden. 
Juffrouw Maaien, een rijzige dame met het blonde haar strak achterover gekamd en eindigend in een lage knot, kijkt mij nog steeds streng aan. Ze wacht kennelijk op mijn antwoord. Gedwee zeg ik: ‘Sorry, juffrouw, ik was het even vergeten.’
‘Laat het niet nog een keer gebeuren.’
‘Nee, juffrouw.’ Snel pak ik mijn kroontjespen in mijn rechterhand, leg de inktlap rechts boven mijn schrift en ga verder met het dictee. Nu kost het me veel meer moeite om de snelheid bij te houden. Het zweet breekt me uit, ik kan wel huilen, maar ja dat doe je niet in je nieuwe klas. Ik bijt op mijn lip en probeer zo goed en zo kwaad als het gaat de juffrouw bij te houden, wat hopeloos mislukt.

Het is niet de eerste keer dat mijn linkshandigheid voor problemen zorgt. Ook in de eerste twee jaren van mijn lagere schoolcarrière leverde dit regelmatig problemen op. Zelfs zo heftig dat onze huisarts het voor me dacht te kunnen opnemen en op een dag op school verscheen en de bovenmeester te spreken vroeg. Het gesprek duurde niet heel lang. De huisarts legde de bovenmeester uit dat het gedoe omtrent het rechts moeten schrijven voor mijn psyche niet goed was, het zou echt beter zijn wanneer ik gewoon links zou mogen schrijven. Op zeker moment gaf de bovenmeester eindelijk toe, mijn hartje sloeg over van blijdschap, de tranen sprongen in mijn ogen: ‘Okay, dan mag jij voortaan links schrijven’ zo sprak de bovenmeester en ik wilde mijn vreugdedansje en dank je wel al beginnen, ‘Maar… ‘ zo vervolgde de bovenmeester ‘dan blijf je na 4 uur over en schrijf je alles wat je die dag links geschreven hebt, rechts over.’


IJsselstein, 1 maart 2019
ARK

In het Reine(rie) komen. KLM onze trots

De KLM,  onze trots

Woensdagmiddag stap ik als eerste in het vliegtuig wat mij in minder dan twee uur naar Nice zal brengen. Mijn man heeft kosten noch moeite bespaard om voor mij een nooduitgang stoel te reserveren. Ik zit op stoel 15F zegt mijn boardingkaart. Echter wanneer ik het vliegtuig instap blijkt het een Embraer in plaats van een Boeing 737. Mijn stoel is geen nooduitgang stoel. Ik stap direct op de stewardess af en leg haar mijn probleem voor en vraag hoe zij dit gaat oplossen. Niet, zegt ze. Ik kan contact opnemen met de KLM, dan krijg ik mijn geld terug. "Ja, als ik mijn geld in mijn portemonnee wilde houden, had ik de stoel niet gereserveerd. Ik wil gewoon bij de nooduitgang zitten". 
"Wij kunnen niet aan de mensen vragen die nu bij de nooduitgang zitten, om van plaats te wisselen. En daarbij is het vliegtuig behoorlijk overboekt, dus zijn er geen vrije plaatsen" zegt de stewardess mij. 
"Oh, maar jullie kunnen mij wel mijn gereserveerde plaats ontnemen" zeg ik. "Dit is de wereld op zijn kop." De stewardess neemt contact op met de purser maar kennelijk is zij dezelfde mening toegedaan. Ik ga richting mijn stoel en zie dat op de nooduitgang plaats inmiddels een dame zit. Ik ga naar haar toe en vraag of zij extra heeft betaald voor de nooduitgang stoel. Zij antwoordt ontkennend, ik leg uit dat ik wel extra heb betaald en dat door het wisselen van het vliegtuig ik nu een viertal rijen naar achteren ben verplaatst. “Wilt u misschien met mij ruilen?” Vraag ik haar. “Geen probleem” zegt zij, “is dat ook een raamstoel?” Als ik daar bevestigend op antwoord, staat zij op en gaat naar stoel 15F. Ik neem plaats op stoel 11F. Iedereen blij. 

Nou, niet de stewardess die 10 minuten later langs komt en mij bij de nooduitgang ziet. “Heeft u nu zelf de passagier gevraagd te ruilen?” 
“Ja”, zeg ik “en het was geen enkel probleem.” 
“Nou dat kan niet en dat is niet de afspraak.” Ik weet van geen afspraak. De stewardess zegt dat ze dit zal opnemen met de purser. Die even later ook verschijnt en mij zeer belerend toespreekt. Hoe ik het durf tegen hun regels in te gaan. En heb ik wel een idee waarom zij die stoelen vrij houden voor mensen die het cabinepersoneel gehoorzamen? In een flits zie ik mijn kleindochter van net 4 jaar in haar kleuterklasje beteuterd naar de juf luisteren. Ben ik in de verkeerde film terecht gekomen? Ik leg de purser nogmaals uit dat ik recht heb op deze plaats, deze heb ik gereserveerd en daar heb ik voor betaald. Dat KLM op het laatste moment haar toestel wijzigt om welke reden dan ook, daar hoef ik de nadelen niet van te dragen.

Mij wordt toegestaan te blijven waar ik nu ben, maar de purser gaat dit wel aan de KLM melden. Vlak voor de landing komt de purser nogmaals naar mij toe met haar I-pad in haar handen en laat mij en de passagiers in mijn directe omgeving fijntjes weten dat zij e.e.a. heeft opgezocht en nagekeken en ik heb A niet betaald en B ben ik geen frequent flyer. Mijn mond valt open van zoveel onfatsoenlijke en laatdunkende leugens en mensontering . Wat gebeurt er met onze nationale trots? 

Tot nu toe vond ik het plezierig met KLM te vliegen. Het blauw stelde mij altijd gerust. Ik had de overtuiging dat KLM ook staat voor Koninklijke Liefdevolle Medemenselijkheid. Echter kwam ik vandaag van een hele koude kermis thuis. 

IJsselstein, Oktober 2015
ARK

dinsdag 8 november 2016

Pre-scan, zin of onzin?

In het Reinerie komen


Pre-scan, zin of onzin?


Het is woensdagmorgen 5:22 uur. Ik lig woelend in mijn bed en kan de slaap niet meer vatten. Minder dan 24 uur geleden was ik in de veronderstelling super gezond te zijn. Ik ben 61 jaar, vrouw, echtgenote van John, moeder van drie prachtige dochters en oma van de 6 leukste kleinkinderen van de wereld, sportief, ik meet 1.67 cm en weeg 65 kg.

Twee weken geleden zitten mijn man en ik in de wachtkamer van de huisarts, ik heb een afspraak. Uit het niets zegt mijn man met zijn bril op zijn voorhoofd: “Anne, ik kan niet meer lezen.” “Zet je bril dan eens goed”, zeg ik maar dat maakt de wazige blik niet helder. Zodra wij in de spreekkamer zijn en de arts mij naar mijn klachten vraagt, zeg ik dat zij eerst maar even naar mijn man moet kijken. De volgende dag zijn we op de Tia afdeling van het Ziekenhuis. Mijn man wordt nauwkeurig onderzocht en gelukkig blijkt er geen sprake van een Tia maar van een Migraine sans Migraine. Wel wordt hij gevraagd contact op te nemen met de cardioloog omdat er een verdikking aan zijn hartspier wordt geconstateerd. Graag een MRI. Dit blijkt maanden te duren voordat een afspraak mogelijk is.

“Zullen we dan maar eens die Pre-scan laten doen, zoals we al jaren van plan zijn?” Een week later zijn we onderweg naar Rheine, net over de grens van Duitsland. We hebben gekozen voor een totale body-scan. De eerste dag zijn de uitslagen uitstekend. Prima, vooral zo doorgaan. De tweede dag begint ook enthousiast totdat de cardioloog zichzelf verbetert en zegt een afwijking te zien in mijn hartfilmpje. Tijdens de inspanningstest treden er veranderingen op die er niet horen. Ik krijg het advies bij thuiskomst een afspraak met de cardioloog te maken.

Niet veel later krijgen we de algemene evaluatie van het totaalonderzoek en daar blijkt meer aan de hand. Ik word dringend geadviseerd bij thuiskomst een afspraak te maken met mijn huisarts en een uitgebreid bloedonderzoek te laten verrichten. Mijn milt is zeer sterk vergroot en mijn beenmerg geeft een verkleuring op de MRI te zien. Was ik een uur geleden nog kerngezond, nu staat de wereld te schudden op een onstabiele ondergrond.

Via Google lees ik dat een vergrote milt wijst op eventuele onderliggende malaria, tuberculase, Hodgkin, non-Hodgkin, leukemie.

Welkom in het leven van de ongezonde mens. Krijg ik ooit nog het stempel GEZOND?


IJsselstein, 2 september 2015


vrijdag 13 mei 2016

Mannetjes

Wij zijn onderweg naar onze nieuwste aanwinst. De ultieme droom: een vakantiehuis aan de Franse Côte d’Azur. Het huis is een plaatje, modern, licht, ruim, op loopafstand van boulevard, strand en zee. We hebben heerlijk 7 dagen voor ons. Ons plan is de omgeving verkennen, hardlopen langs de boulevard, met de boot naar St. Tropez, ’s morgens boodschappen doen in de overdekte markt en bovenal genieten.

Zodra we aankomen lopen we vol verwachting naar de kelder. Het laatste klusje, de vloerbedekking zou zijn gelegd. Maar daar ligt geen knalroze vloerbedekking, maar een lelijke, ruwe betonvloer.  Wij bellen het mannetje en hij vertelt ons dat hij wel is geweest, maar de rollen vloerbedekking lagen niet klaar. En inderdaad, in onze garage staan geen rollen roze vloerbedekking. Wie jat er nu twee rollen knalroze kunststof vloerbedekking? Volgens het mannetje is deze kleur vloerbedekking niet bij te bestellen, morgen komt hij om 09:00 uur met stalen.

De volgende dag is hij er om 16:00 uur nog niet. Hij belt dat hij in een eindeloze file heeft gestaan en morgenochtend om 9:00 uur komt. Om 12:00 uur de volgende dag is hij er dan. In deze anderhalve dag wachttijd heb ik mezelf nuttig gemaakt met schoonmaken van ons huis.

Ondertussen dienen zich twee andere mannetjes aan, met een ladder. Een grijsaard en een knappe jonge Noord-Afrikaan. Ze komen de aircofilters schoonmaken, een halfjaarlijks klusje. De mannetjes lopen met enorme werkschoenen van ruimte naar ruimte met een grote ladder onder de arm. Vloer besmeurd, stukken uit de muren, de plafonds beschadigd en vies. Al snel blijkt wie de slimste van beiden is, echter deze krijgt niet de kans van de grijsaard, die niet beschikt over enige vrolijkheid. De jongeman doet het werk, de oudere kijkt toe en geeft commentaar en foute aanwijzingen. De aircofilters bevinden zich achter luiken in de plafonds in iedere afzonderlijke ruimte. De luiken gaan moeizaam open. De knapperd wil het na een aantal mislukte pogingen anders proberen, maar Grumpy steekt daar een stokje voor. Volgens mij heeft de jongste van het stel gelijk en dat zeg ik ook. Wanneer hij het op zijn manier probeert, springt het luik zeer gewillig open. Jammer van de zwarte vegen op het plafond en de afgebrokkelde hoeken van het luik.

Gisteren was er ook al een mannetje voor de waterpartij aan de voorzijde van het huis. De pomp was tot voor kort onbereikbaar. Het mannetje kijkt heel lang en vol verwachting naar de waterslang en vraagt zich af waar het water blijft. Kennelijk aan de andere kant van de slang, in de kelder. De pomp pompt, maar lekt ook. In no time verandert de kelder in een tweede zwembad. Wat een geluk dat de vloerbedekking er nog niet ligt! De muren zijn wel net geschilderd.


Morgen gaan we weer naar huis. Ik heb mijn benen onder mijn lijf uit gehold en niet eens lekker kunnen hardlopen.

dinsdag 28 juli 2015

Hoe verpest ik mijn vrije middag

Na drie dagen met acht logees met volledig pension, twee korte nachten, een spoedbezoek van twee golfgekken die mij in drie uur over een golfbaan met 18 holes joegen, was het woensdagmiddag om half twee dat ik mijn schoenen uittrok en uitgeput in de tuinstoel ineenstortte. Tot zeker half acht zou ik het rijk alleen hebben.

Vlak voordat ik in slaap val, hoor ik een appje binnenkomen. Van John, mijn man: ‘Ik kom toch al om 15:40 aan en misschien neem ik wel de trein.’ Mijn eerste gedachte is: dat kan ik net halen. Dat vindt John wel leuk, als ik op het vliegveld sta. Bofferd als ik ben, staat de beste auto klaar: ik race met vliegende vaart over de A8 met de R8.

Precies om 15:40 kom ik op het vliegveld aan, ik parkeer snel de auto, probeer ondertussen John te bellen, maar mijn telefoon geeft ‘geen service’ aan. NU.nl gaf net inderdaad aan dat het internet in Nederland helemaal uitligt, dus ga ik ervan uit dat John zijn telefoon ook niet werkt.

Ik loop de luchthaven binnen en kom een hele kudde Nederlandse passagiers tegen. Mijn man kennende is hij als eerste de aankomsthal uit en hebben wij elkaar net gemist. Mijn telefoon werkt nog steeds niet en ook via een vaste telefoon op het vliegveld krijg ik geen contact met John. Ik ga snel terug naar de auto, doe verwoede pogingen om op tijd op Nice Centraal Station te komen. Dit blijkt echter een onmogelijke actie vanwege vele opbrekingen en omleidingen. Waarschijnlijk zit John allang in de trein richting Fréjus, ik besluit direct die kant op te gaan.

Rij ik eerst nog langs prachtige natuur, mooie wegen en goed onderhouden bermen, even later rij ik in steeds meer verloederde achterbuurten waar het onkruid het gras en de bloemen overwoekert. Je kunt winkelen op straat, er ligt van alles. Lege sigarettenpakjes, plastic zakjes, flesjes, lege chipzakjes. Eén grote vuilnisbak. 

Het station is een oud gebouw, lang geleden nog van een zekere grandeur. Nu maakt het niemand meer uit hoe het erbij staat, er wordt niet meer geschilderd, hersteld of schoongemaakt. Voor het station is nog een parkeerplaats over. Tegen dit decor moet ik de meest decadente auto die er bestaat neerzetten. Drie mannen, twee in overall, staan over de motorkap van een oud barrel gebogen, driftige pogingen ondernemend er nog enig geluid uit te krijgen. Ze reageren meteen op het geluid dat onder mijn motorkap uitkomt. Vol bewondering en ongeloof. Met diepe gêne stap ik uit en de mannen laten me weten dat ik een belle voiture heb. Ze houden hem wel in de gaten, zeggen ze.

De eerstvolgende trein vanaf Nice Centraal zal pas over anderhalf uur aankomen. Er rest me niets anders dan te wachten. Het is heerlijk weer, dus kies ik een bankje om de tijd uit te zitten.

Anderhalf uur later rijdt een trein al piepend en knarsend het station binnen. Er verschijnt een donkere, smerige worm helemaal vol graffiti. De ramen zijn zwart, of diep bevuild. Je ziet geen mens zitten. Hoe is het mogelijk dat zoiets aan de Côte d’Azur rondrijdt! Als het gore monster weer oprukt, staat John niet op het station. 

Als ik om 18:15 uur thuiskom, is mijn dochter in alle staten. Iedereen is naar mij op zoek en ik ben telefonisch niet te bereiken! Ik verdedig me door te zeggen dat KPN eruit ligt, maar als ik vervolgens mijn telefoon aan haar overhandig, doet deze het binnen een minuut weer. De SIM moest ontgrendeld worden. 

Inmiddels is schoonzoon Paul onderweg om John te halen, die in St. Raphaël, een station net vóór Fréjus, is uitgestapt.


Was ik écht in slaap gevallen, dan had John het me nooit kwalijk genomen dat hij op eigen gelegenheid naar huis moest komen. Blijkbaar leg ik me na zestig jaar nog steeds dingen op die niemand van mij verwacht.

donderdag 21 mei 2015

De olifant in de kamer



We zijn op wandelsafari in Botswana. Vanmorgen vertrokken mijn man John, onze dochter Kathy en haar vriend Stephan, ik en twee geheel onbewapende ranchers in een aluminium bootje met daarop vastgeschroefde rode kunststof stoeltjes. We varen met zonsopgang weg van onze lodge. De rancher vertelt dat onder ons bootje nijlpaarden lopen en krokodillen zwemmen. Na 45 minuten komen we bij het schiereiland aan.

We gaan van boord en volgen het spoor gemaakt door dieren zoals buffels, olifanten, waterbokken, giraffen, zebra’s, leeuwen, cheeta’s en jaguars. We lopen tussen manshoog gras. De ranchers benadrukken stil te zijn en in één lijn achter elkaar te lopen. Zo lijken we een rechtop lopend dier in agressieve staat. Ik denk: hoe weten jullie nu wat een hongerige leeuw denkt?
We horen en zien een olifant, bavianen, impala’s, koedoes en antilopen.  We zien ook veel vogels zoals de hamerkop, bijeneter, gieren, de zuidelijke hoornraaf en de zwartbuik glansspreeuw.  De voorste rancher ontdekt een vers buffelspoor. Dat betekent ellende, zegt hij. Een solitaire buffel is vele malen gevaarlijker dan een hele kudde buffels. Deze is vaak verstoten door de groep omdat hij een boventallig mannetje is of te oud. En dat maakt hem bloedchagrijnig.

Na drie uur voortdurende dreiging ben ik vreselijk opgelucht het oranje vlaggetje van de boot weer te zien wapperen. Tegelijkertijd zien we op links een grote olifant. Een olifant ziet slecht, maar ruikt zeer goed, zegt de rancher. We lopen gelukkig tegen de wind in. We zijn super gefocust. Stel dat hij ons angstzweet ruikt. Hoe dichter we bij de boot komen, hoe dichter in de buurt van de olifant. Bijna bij de boot. Dan staat de rancher ineens stokstijf stil. Wij knallen tegen elkaar op. We krijgen het teken van “achteruit en STIL!” . Langzaam bewegen we ons achteruit en als we op veilige afstand zijn vertelt de rancher dat een zwarte Mamba ons pad kruiste. De zwarte Mamba is de giftigste slang van Afrika en in staat om in een beet zes mensen te vergiftigen. Nu moeten we een enorme boog naar links, precies waar de olifant staat, richting de boot.

Toen we eenmaal veilig maar met het zweet op het hoofd in de boot zitten,  dringt het tot me door: terwijl we proberen het letterlijk grote gevaar te ontwijken, worden we verrast door een klein, onverwacht en nog veel groter gevaar. Je moet dus je blik heel breed houden.